De nieuwe daglichtnorm NEN-EN 17037 wordt naar verwachting gelijktijdig ingevoerd met de komst van de nieuwe Omgevingswet BBL, die op 1 januari 2022 ingevoerd wordt. Deze nieuwe daglichtnorm vervangt dan de huidige NEN 2057-norm. In NEN-EN 17037 wordt de beoordelingswijze van toetreding van daglicht in een verblijfsruimte gewijzigd. Dit leidt bij een ontwerp waarschijnlijk tot meer variantenstudies om te kunnen voldoen aan de verschillende eisen.

Vertaling EU-norm naar Nederlandse situatie

Om meer in de pas te lopen met Europa is in 2018 besloten de bestaande EU-norm voor de berekening van daglichttoetreding in een verblijfsruimte te vertalen naar de Nederlandse situatie. De NEN-EN 17037-norm is hiervan het resultaat.

Verschil tussen de huidige en de nieuwe daglichtnorm?

Bij de huidige NEN 2057-norm wordt de daglichttoetreding van een verblijfsruimte berekend aan de hand van het equivalente daglichtoppervlak (Aeq). Dit is de projectie van een gevelopening op de grens waar een verblijfsruimte eindigt. Dit oppervlak in daglicht staat dan na de toepassing van correctiefactoren equivalent voor het licht wat op de vloer van de verblijfsruimte valt.

In de praktijk betekent dit dat bij de huidige methode geen rekening wordt gehouden met de vorm van de ruimte en de positie van de gevelopening. Nederland is met deze rekenmethode een buitenbeentje in Europa.

Eerlijker berekening NEN-EN 17037

De NEN-EN 17037-norm beschrijft de toetreding van daglicht in een ruimte aan de hand van de gemiddelde daglichtfactorberekening. In de gemiddelde daglichtfactor wordt de hoeveelheid licht (in lux) dat op een open veld valt vergeleken met de hoeveelheid licht dat in een ruimte valt. Deze verdeling van het licht wordt uitgedrukt in procenten (Df).

Dit betekent in de praktijk dat de vorm, en dan met name de diepte van de ruimte en de positie en aantal gevelopeningen van belang zijn. De daglichtfactor van een ruimte dieper dan circa vijf meter bij een standaard verdiepingshoogte zal redelijk laag zijn. Ook een ongunstige positie van een woning in een binnenhoek, bijvoorbeeld bij een L-vormig gebouw, zal leiden tot lage daglichtfactoren. Voor de berekening gelden dezelfde belemmeringen als voorheen. Alleen worden deze niet uitgedrukt in graden van een hoek (La en Lb), maar worden deze dynamisch berekend in een model dat de praktijk nabootst.

Voor de beoordeling van de daglichtkwaliteit in een ruimte gelden twee hoofdeisen. Eén eis voor 50% van de ruimte en één eis voor 95% van de ruimte (minus 0,5 m uit de muur). De eisen staan weergegeven in de onderstaande tabel:

Nog niet alles bekend

Op het moment van schrijven is nog niet bekend welke kwaliteit per functie/ruimte vereist gaat worden in het Bouwbesluit als deze norm van kracht is. Door de dynamische berekening en de verdeling van het licht in een ruimte is het ook nog niet (volledig) bekend hoe er in de toekomst wordt omgegaan met krijtstrepen. Tevens zijn er vraagtekens met betrekking tot de haalbaarheid van het behalen van een redelijke daglichtkwaliteit in een ruimte in combinatie met BENG 1 en TOjuli.

Conclusie

De invoering van NEN-EN 17037 leidt ertoe dat meer delen van het gebouwgebonden advies dynamisch zullen worden berekend en dit heeft zeer waarschijnlijk tot gevolg dat meer variantenstudies moeten worden uitgevoerd om te kijken of een ontwerp voldoet aan de verschillende eisen.

Naast de veranderingen in de beoordeling van de toetreding van daglicht in een ruimte, behandelt NEN-EN 17037 ook de beoordeling van het uitzicht, blootstelling aan zonlicht en de bescherming tegen verblinding. Het is nog niet bekend of deze onderdelen ook meegenomen gaan worden in het Bouwbesluit.

Bekijk ook:

Leon van Genderen smoelenboek

Wilt u meer weten over dit onderwerp?

Neem contact op met Leon van Genderen