We zijn als bouwsector niet goed toegerust om op het steeds warmer wordende klimaat in te spelen. Dat komt onder meer omdat we tot nu toe klimaatdata uit het verleden als richtlijn gebruiken. Daardoor hebben we het risico op oververhitting in onze bestaande én nieuwe huizen niet goed in beeld. Erger nog: het risico op gezondheidsschade is groot, zeker bij kwetsbare groepen in de samenleving. Hoe kunnen we oververhitting in woningen voorkomen? Tijd voor een nieuw perspectief.

Dat het warmer wordt, voelen we aan den lijve. En ook over de steeds vaker voorkomende extremen (harde wind, veel regenval en een toename van het aantal overstromingen) lezen we regelmatig terug in de media. Dit veranderende klimaat heeft grote invloed op de manier waarop we onze levens inrichten en op hoe we wonen. Maar passen we daar de woningen die we nú bouwen ook op aan?

Oververhitting in woningen voorkomen? Tijd voor een nieuw perspectief - afbeelding 1

Raam met zonwering (foto: Menno Spierenburg)

Kijken naar het verleden

In woningen beoordelen we het risico op oververhitting aan de hand van de GTO-methode. Volgens het Besluit Bouwwerken Leefomgeving (Bbl) moeten alle nieuwbouwwoningen sinds 1 januari 2021 voldoen aan de TO-juli eis of aan de GTO-methode worden getoetst. De GTO-methode is een gewogen methode om temperatuuroverschrijding te berekenen. Hierbij is het klimaatjaar één van de belangrijkste uitgangspunten. Het referentieklimaatjaar dat nu gebruikt wordt is een samengesteld jaar gebaseerd op historische klimaatgegevens. Als klimaatjaar geldt de zogenaamde NEN5060:2018 T5. Dit is een klimaatjaar met een 5% overschrijdingskans gebaseerd op metingen in de periode 1996-2015. Vrij vertaald lijkt dit te betekenen dat de zomer ééns in de twintig jaar warmer kan zijn. Uit eigen onderzoek weten we dat dit genuanceerder ligt.

Gemiddelde temperatuur in de Bilt (bron: KNMI)
We bouwen huizen voor de toekomst. Woningen waar mensen fijn en veilig in kunnen leven. Niet alleen vandaag of morgen, maar ook over tien, twintig, veertig of zeventig jaar. We weten en merken dat ons klimaat verandert. En toch gebruiken we klimaatdata uit het verleden en nemen daarmee beslissingen voor de toekomst. Dat levert geen reëel beeld op. Hoog tijd om het anders aan te pakken.

Klimaatscenario’s

Want er is wel degelijk data waarmee we iets over de toekomst kunnen zeggen. Zie de klimaatscenario’s die het KNMI vorig jaar publiceerde. Natuurlijk is de toekomst deels ongewis. Wat als we alle afspraken uit het klimaatakkoord van Parijs halen? Dan stijgt de temperatuur waarschijnlijk minder snel dan wanneer we op dezelfde voet doorleven als nu. In dat laatste scenario stijgt de temperatuur juist heel hard, waarbij het klimaat warm en mogelijk vochtig wordt. De scenario’s van het KNMI komen misschien niet allemaal precies uit. Maar ze geven wél richting aan welke kant het opgaat – van een milde variant tot en met een extremer scenario.

Wat betekenen deze scenario’s voor het bestaande woonbestand en voor nieuw te bouwen woningen in ons land? Het KNMI baseert de klimaatscenario’s op datasets. In de afgelopen maanden heeft Ruben Stoopendaal namens Cauberg Huygen al met deze datasets gerekend. We onderzochten met deze sets wat het effect van het veranderende klimaat is op woningen in ons land. Dat leverde interessante resultaten op. Hierover lees je hieronder meer.

Wonen in een warmere toekomst

Om woningen (en vooral de bewoners) te wapenen tegen het steeds warmer wordende klimaat, zijn nieuwe maatregelen nodig. Zonwering is in de toekomst niet meer voldoende. Via het ventilatiesysteem komt namelijk alsnog warme lucht de woning binnen. Het openzetten van ramen en deuren is – om dezelfde reden – ook geen oplossing meer. In het meest extreme scenario voldoet zelfs zomernachtventilatie niet, simpelweg omdat het ‘s nachts nauwelijks afkoelt. Vloerkoeling werkt niet in alle gevallen, zeker wanneer het klimaat naast warmer ook vochtiger wordt. Dure, milieubelastende maatregelen zoals airco’s zijn een niet-duurzame pleister op de wond.

Oververhitting in woningen voorkomen? Tijd voor een nieuw perspectief - afbeelding 'Gemiddelde toename aantal GTO-uren' (bron: afstudeeronderzoek Ruben Stoopendaal)

(Bron: afstudeerscriptie Ruben Stoopendaal)

Maar wat dan wel? Hoe ons klimaat zich precies ontwikkelt, weet niemand. Daarop zijn verschillende factoren van invloed. Het is niet voor niets dat het KNMI klimaatontwikkelingen in met data onderbouwde scenario’s beschrijft. Maar dat er grote veranderingen aankomen, die invloed hebben op de kans op oververhitting in woningen, is duidelijk. De warmtewerende of koelende technologie om daar straks mee om te gaan, is al voorhanden. We weten alleen nog niet precies wát we nodig hebben.

Hoe gaan we daarmee om? Voor projectontwikkelaars, architecten en woningbezitters is het zaak om in plannen voor nieuwbouw of renovatie nu al rekening te houden met toekomstige ingrepen om oververhitting in woningen te voorkomen. Sorteer alvast voor op deze wetenschap, door woningen in zekere mate flexibel te maken. Op zo’n manier dat je in de toekomst warmtewerende of koelende maatregelen gemakkelijk in kunt passen, als de noodzaak daar is. Die urgentie is nog groter voor woningen en andere plekken waar kwetsbare mensen wonen. Denk aan senioren, mensen die bepaalde medicijnen gebruiken en jonge kinderen. De meeste mensen kunnen zich tot op zekere hoogte aanpassen aan veranderende temperaturen: fysiologisch, maar ook door minder te doen of andere kleding te dragen. Voor kwetsbare groepen geldt dit niet of veel minder, waardoor gezondheidsschade op de loer ligt.

Oververhitting in woningen voorkomen? Tijd voor een nieuw perspectief - afbeelding 2

Huis met screens aan de buitenzijde (foto: Menno Spierenburg)

Realistische rekenmethode

Als onderzoeks- en adviesbureau helpt Cauberg Huygen opdrachtgevers onder meer bij vragen over oververhitting van woningen. Daarvoor gebruiken we nu – zoals in het Besluit Bouwwerken Leefomgeving (Bbl) staat – de GTO-methode. Wanneer die norm wordt overschreden, zijn maatregelen nodig. Voor goed advies is het van groot belang dat we hier enige vorm van garantie aan kunnen verbinden. En die garantie biedt de GTO-methode met de huidige uitgangspunten te weinig. Kortom: we moeten op zoek naar een nieuwe rekenmethode.

Dat begint met de basis van de GTO. Wat voor mensen een behaaglijk leefklimaat is, werd in de jaren zeventig onderzocht door professor Fanger en die theorie vormt nog steeds de basis voor onze beoordelingsmethodes vandaag de dag. Inmiddels zijn de omstandigheden waarin mensen leven en wat mensen acceptabel vinden veranderd. Een herijking van dit onderzoek en een verwerking daarvan in de regelgeving is dus op zijn plaats. Ook is in de huidige beoordelingskader onvoldoende ruimte voor locatieafhankelijke verschillen, terwijl uit de data van het KNMI blijkt dat die er wel zijn. De metingen zijn in de kop van Noord-Holland bijvoorbeeld anders dan in bijvoorbeeld Limburg. Ook de directe omgeving is van belang: in een stedelijke omgeving wordt het warmer en koelt het langzamer af dan in buitengebied.

Conclusie

Dat het warmer wordt, is duidelijk. En om daar goed op in te spelen, is nu actie nodig:
1️⃣ Aan de ene kant betekent dat werken aan een aangepaste rekenmethode om realistischer advies te geven over het risico op oververhitting in woningen.
2️⃣ In het bijzonder is aandacht nodig voor kwetsbare groepen, zoals ouderen, mensen die medicijnen gebruiken en kleine kinderen, omdat zij sneller oververhit raken en daar een gezondheidsrisico mee is gemoeid.
3️⃣ In plaats van te kijken naar het verleden, baseren we ons liever op goed onderbouwde scenario’s voor de toekomst.
4️⃣ In nieuw te bouwen woningen moeten we in het ontwerp alvast voorsorteren op toekomstige aanpassingen waarmee we oververhitting voorkomen.

Links

 

Menno Spierenburg smoelenboek

Wilt u meer weten over dit onderwerp?

Neem contact op met Menno Spierenburg MBA